Audit Vlaanderen: geen fraude in Bounce-dossier (Genk)
Het vooronderzoek van Audit Vlaanderen naar een subsidiedossier rond de Genkse dansstudio Bounce is afgerond. Er komt geen verder onderzoek: er werden geen fraude of onregelmatigheden vastgesteld.
Toch is het verhaal daarmee niet helemaal klaar. In haar afsluitende brief stelt Audit Vlaanderen dat de opvolging van het dossier “beter en sneller had gekund”. Het dossier sleept al aan sinds 2013.
Stad Genk: “Te goeder trouw gehandeld”
Volgens de stad gaat het om een investeringssubsidie tot 250.000 euro voor de bouw van een nieuwe dansstudio. Niet alle verantwoordingsstukken werden ingediend, waardoor een deel van de subsidie – 25.000 euro – nooit werd uitbetaald. Daarnaast vorderde de stad recent nog ongeveer 17.000 euro terug. In totaal gaat het om ruim 41.000 euro aan ingehouden of teruggevorderde middelen.
Gebrekkige opvolging
Het stadsbestuur erkent dat het dossier beter had kunnen worden opgevolgd. “De opvolging had op bepaalde vlakken beter gekund, onder meer wat betreft timing en dossierbeheer”, klinkt het. Tegelijk benadrukt de stad dat er “in eer en geweten en te goeder trouw” is gehandeld. Volgens Genk zijn de procedures intussen aangescherpt, met strengere regels rond subsidies, controle en uitbetaling.
Oppositie: “Dit is geen detail meer”
Bij de oppositie klinkt een heel andere toon. N-VA spreekt van “ernstige tekortkomingen” en stelt dat het dossier veel verder gaat dan een administratieve slordigheid. “Hoe kan het dat een stad twaalf jaar nodig heeft om een subsidie af te sluiten?”, vraagt fractieleider Juul Bergmans zich af. “Dat ondermijnt de rechtszekerheid.”
Schijn van belangenvermenging
Extra gevoelig ligt de politieke context. Ten tijde van het dossier was een schepen betrokken bij de vzw, wat volgens de oppositie minstens de schijn van belangenvermenging oproept. “Wanneer een ex-schepen betrokken is, moet je net extra voorzichtig zijn”, zegt Bergmans. “Dat is hier duidelijk niet gebeurd.” Ook het feit dat volgens Audit Vlaanderen mogelijk méér had kunnen worden teruggevorderd, roept vragen op. “Waarom wordt niet het volledige bedrag gerecupereerd waar men recht op heeft?”