Werkgevers in Limburg nemen vaker zelf afscheid van werknemers
Economische onzekerheid laat zich voelen op de Limburgse arbeidsmarkt. Uit nieuw onderzoek van hr-dienstverlener Acerta blijkt dat werkgevers in onze provincie steeds vaker zélf het initiatief nemen om arbeidscontracten stop te zetten. Tegelijk krijgen jonge starters het moeilijker om meteen een vast contract te bemachtigen. Opvallend: wie vertrekt, heeft gemiddeld een langere staat van dienst dan elders in Vlaanderen.
Werkgever vaker aan zet bij uitstroom
In het voorbije jaar werd 19,66% van de beëindigde contracten van onbepaalde duur in Limburg stopgezet op initiatief van de werkgever. Dat aandeel ligt meer dan een derde hoger dan vijf jaar geleden (+35,5%) en bereikt daarmee het hoogste niveau in die periode.
Toch blijven werknemers nog steeds het vaakst zelf beslissen om hun job op te zeggen (38%). Daarnaast gebeurt 31,2% van de beëindigingen in onderling overleg en 11,2% naar aanleiding van pensionering.
Volgens Gert Mertens, kantoordirecteur Payroll bij Acerta, speelt de economische context hierin een duidelijke rol. “Dat zien we op Belgisch niveau, maar dus ook in de provincie Limburg. Bijgevolg zien we een duidelijke stijging in outplacementaanvragen’, aldus Mertens.
Minder vaste contracten voor starters
Ook aan de instroomzijde tekent zich een verschuiving af. In 2025 daalde het aantal nieuwe contracten van onbepaalde duur in Limburg met 16,4% tegenover een jaar eerder. Dat is een sterkere terugval dan het Vlaamse gemiddelde (-10,6%).
Voor jonge werknemers blijkt de drempel naar een vast contract bovendien hoger te liggen. Van alle nieuwe vaste contracten in Limburg ging 19,3% naar twintigers in hun vroege carrière. Dat aandeel ligt 8,5% lager dan in 2024.
Mertens ziet verschillende verklaringen. “We lijken te mogen vaststellen dat werkgevers wat terughoudender worden om jonge, onervaren mensen aan te werven die net van de schoolbanken komen. Zeker nu AI bepaalde taken van starters zal kunnen overnemen”, legt hij uit. “Tegelijk weet de jongere generatie zeer goed wat ze wil in een (nieuwe) job en kiezen ze zeer bewust voor een organisatie die nauw aansluit bij de eigen waarden. Voor die zoektocht nemen ze soms iets meer de tijd. Jobstabiliteit komt bij Gen Z’ers op dit moment meestal niet op de eerste plaats. Voor werkgevers is het daarom belangrijk om jongeren voldoende opleidingskansen en doorgroeimogelijkheden te bieden én te waken over de zinvolheid van de job van de jongste werknemers”, sluit Mertens af.
Anciënniteit bij vertrek
Een laatste opvallende vaststelling is dat Limburgse werknemers die hun werkgever verlaten, gemiddeld de hoogste anciënniteit van Vlaanderen hebben. In 2025 werkten zij gemiddeld 8,5 jaar bij hun werkgever op het moment van vertrek. Daarmee ligt de provincie boven het Vlaamse gemiddelde, dat schommelt tussen zeven en acht jaar.