Belgische werknemers willen niet na pensioen werken
Belgische werknemers behoren tot de minst vrijwillige in Europa om na hun pensioenleeftijd te werken. En dat terwijl de helft van de werkgevers met een personeelstekort zit. Dat blijkt uit een onderzoek van HR-dienstverlener SD Workx.
Amper 17% van de Belgische werknemers staat open voor een job na de wettelijke pensioenleeftijd van 66 jaar. Een gedeelde laagste score met Spanje. Zes op tien werknemers wil zelfs liever vroeger met pensioen gaan dan gepland.
De cijfers zetten de arbeidsmarkt nog meer onder druk. 47% van de werkgevers heeft last van personeelstekort. Vooral in de horeca, gezondheidszorg, retail en administratieve diensten is er te weinig personeel.
Vandaag ligt de wettelijke pensioenleeftijd op 66 jaar. In 2030 wordt die verhoogd naar 67 jaar. Toch blijft de bereidheid om na de pensioenleeftijd te werken bijzonder klein. Slechts zes procent van de werknemers zegt te werken tot de wettelijke pensioenleeftijd.
De cijfers lijken niet te kloppen voor de ICT-sector waar meer dan een derde bereid is om wél na de pensioenleeftijd te werken. In de publieke sector ligt dat cijfer op 15%.
“Vandaag heeft slechts 55% van de 55- tot 66-jarigen een job. Er is een bredere maatschappelijke mentaliteitswijziging nodig om de tewerkstellingsgraad van deze groep te verhogen richting 64% tegen 2030 en 70% tegen 2050. Juist omdat werkgevers extra mensen nodig hebben, kunnen oudere werknemers een belangrijke troef zijn voor de personeelsplanning”, zegt Bart Pollentier, directeur van het kenniscentrum van SD Worx.
België heeft een gedeelde laatste plaats met Spanje