Limburg bij koplopers in strijd tegen intrafamiliaal geweld
In 2025 begeleidden de Veilige Huizen 5.655 gezinnen. Dat is bijna 30 procent meer dan een jaar eerder. Ook het aantal tijdelijke huisverboden steeg met 7,3 procent. De geïntegreerde aanpak van intrafamiliaal geweld is dus niet langer een beleidsnota in een schuif. Het bewijst dat gezinnen sneller de weg vinden naar Veilige Huizen.
Volgens Vlaams minister Zuhal Demir (N-VA) is die stijging geen verrassing. Het aantal Veilige Huizen werd de voorbije jaren uitgebreid van vier naar tien, waardoor Vlaanderen vandaag overal een aanspreekpunt heeft. “En dat laat zich meteen voelen in de cijfers”, stelt Demir. “In sommige regio’s krabben we nog maar aan de oppervlakte. In Limburg en regio’s als Mechelen en Antwerpen, trekken we al veel langer aan de kar en ligt het aantal dossiers veel hoger (zie tabel). Ik zeg altijd: je kan op twee manieren naar deze cijfers kijken. Je kan er in lezen hoe groot het verborgen leed is in Vlaanderen. Ik lees erin hoeveel verborgen leed we naar buiten brengen en stoppen. Overal, in arbeiderswijken en villawijken. Niemand is er immuun aan."

Limburg bij de koplopers
In Limburg werden in 2025 1.582 dossiers behandeld. Daarvan waren 1.468 cliëntdossiers en 114 anonieme consulten. Opvallend is dat 1.453 aanmeldingen via politie of justitie kwamen. Samen met Antwerpen (1.593 dossiers) is Limburg een van de regio’s waar de aanpak het sterkst verankerd is. De hogere cijfers wijzen volgens de minister niet op méér geweld, maar op méér detectie en actie.
Van dode letter naar kordate maatregel
Het tijdelijk huisverbod, ooit een weinig gebruikt instrument, is intussen vaste prik geworden in de aanpak van partnergeweld. In 2025 werden 780 nieuwe mandaten opgelegd. Ter vergelijking: in 2020 waren dat er nog 217. In 80 procent van de afgesloten dossiers werd het huisverbod verlengd door de familierechtbank. De gemiddelde duurtijd bedraagt 69 dagen.
“De wet bestaat al sinds 2013 maar te lang bleef ze onderbenut”, zegt Demir. “Dat is veranderd. Politie, parketten en justitiehuizen weten elkaar beter te vinden. We investeren in opleiding, duidelijke richtlijnen en samenwerking met de Veilige Huizen. Hoe beter we gezinnen omkaderen, hoe sneller men durft ingrijpen", aldus de minister. "En dat is exact wat moet gebeuren. We kennen het volledige verborgen leed in Vlaanderen niet. Maar we weten wel dat wanneer de cijfers stijgen, dat betekent dat we sneller en kordater optreden. Dit is een strijd die we niet meer loslaten.”
Niet alleen ingrijpen, ook versterken
De Veilige Huizen focussen niet enkel op crisisinterventie. In elke regio is er minstens één lotgenotengroep voor vrouwen die slachtoffer zijn of waren van intrafamiliaal geweld. Ook groepen voor mannen groeien. Het delen van ervaringen verlaagt de drempel en doorbreekt het isolement. “Kracht die nodig is om die eerste stappen te zetten”, aldus Demir. “We komen in Vlaanderen van een “Ieder huisje heeft zijn kruisje” mentaliteit en evolueren naar strijdbaarheid. Voor kinderen. Voor vrouwen. Voor mannen. Voor gezinnen. Ik wil naar een mentaliteit van: Zie het. Zeg het. Stop het! Samen kunnen we een geweldspandemie eindelijk stoppen.”
En nu: de gemeenten
Volgens de minister ligt de volgende doorbraak bij de lokale besturen. “Het is een cliché, maar een waarheid als een klok: lokale besturen staan het dichtst bij de mensen”, besluit Demir. “Ook wat intrafamiliaal geweld betreft. Hun kennis van wat er leeft, de lokale politie en een warm sociaal netwerk. Dat zijn cruciale wapens in de strijd tegen geweld. Ik ben de steden en gemeenten die vandaag al ingetekend hebben bij de Veilige Huizen enorm dankbaar. Ze maken het verschil voor hun inwoners. Er is geen excuus om dit aanbod te laten liggen. Dit gaat om basisveiligheid en daar zijn burgemeesters voor verantwoordelijk."