Hasselt: ACOD over staking in de gevangenissen
Door Kristof Muyters, Vakbond ACOD
Opnieuw breekt er in de Belgische gevangenissen een staking van vijf dagen uit. Was die staking nodig? Dat is natuurlijk de vraag die velen zich zullen stellen. Geloof me: elke staking is er één te veel. Niemand die in een gevangenis werkt, staat te springen om het werk neer te leggen. Maar soms kom je op een punt waarop je niet anders meer kunt.
Vandaag staat het water zowel bij het gevangenispersoneel als bij de gedetineerden tot boven de lippen. De situatie is niet langer houdbaar. Niet alleen voor wie er werkt, maar zeker ook voor wie er verblijft. Ons gevangenissysteem staat op barsten. En als er niet dringend wordt ingegrepen, zal het uiteindelijk ook barsten. Met alle gevolgen van dien.
Wat we vandaag meemaken, is niet het gevolg van één beslissing of één regering. Het is het resultaat van jarenlang besparen, uitstellen en het laten verkommeren van onze gevangenissen. Op personeel, infrastructuur, middelen en begeleiding werd steeds opnieuw bespaard. Het antwoord was telkens hetzelfde: er is geen geld!
Maar besparen op openbare diensten zoals de gevangenissen heeft een prijs. Een prijs die uiteindelijk door iedereen wordt betaald, ook door de maatschappij! Jarenlang hebben vakorganisaties gewaarschuwd.
Ook toen beslist werd om straffen steeds vaker effectief te laten uitzitten, werd duidelijk gemaakt dat ons gevangenissysteem daar simpelweg niet op voorzien was. Zo voerde men straffen uit onder de 3 jaar in de aanloop naar de verkiezingen, maar waren de beloofde 720 plaatsen in de detentiehuizen er zelfs nog niet eens! En tot op de dag van vandaag zijn ze er nog steeds niet.
Meer gedetineerden betekent immers ook dat er voldoende plaatsen, personeel en aangepaste voorzieningen moeten zijn.
Toch werd de maatregel doorgevoerd. Persoonlijk kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat dit voor een deel ook een politieke beslissing was, genomen in de aanloop naar de verkiezingen. Een maatregel die goed klinkt op papier, maar waarvoor de noodzakelijke capaciteit ontbrak. Vandaag zien we het resultaat.
Zijn wij tegen het principe dat misdrijven bestraft moeten worden? Absoluut niet. Maar wie zegt dat iemand zijn straf moet uitzitten, moet ook bereid zijn om daarvoor de nodige middelen te voorzien. Dat betekent: voldoende gevangenissen, voldoende personeel en vooral ook voldoende psychiatrische instellingen voor mensen die gespecialiseerde zorg nodig hebben. Want een gevangenis kan niet alles oplossen.
Vandaag verblijven in sommige gevangenissen mensen met ernstige psychische problemen, terwijl het gevangenispersoneel daar niet voor opgeleid is. Dat is geen verwijt aan het personeel. Integendeel. Wij proberen elke dag het beste te maken van een situatie waarvoor we eigenlijk niet zijn uitgerust.
Kijk naar de gevangenis van Hasselt. Daar is plaats voor ongeveer 420 gedetineerden, terwijl er vandaag rond de 630 mensen verblijven. Meer dan tweehonderd mensen extra op dezelfde oppervlakte, op matrassen op de grond en vaak nog naast een toilet, met dezelfde infrastructuur en zonder een evenredige toename van het personeel. Dat zorgt voor enorme druk en frustratie.
Voeg daar de aanwezigheid van drugs aan toe en je krijgt een gevaarlijke cocktail. Voor gedetineerden en voor personeelsleden die iedere dag opnieuw in die omstandigheden moeten werken. Wanneer mensen noodgedwongen met meerdere personen op een cel verblijven, wanneer de infrastructuur tekortschiet en wanneer begeleiding en perspectief ontbreken, wordt de gevangenis soms een plaats waar problemen groter worden in plaats van kleiner.
En dan moeten we ons één belangrijke vraag durven stellen: komen mensen na hun detentie werkelijk beter buiten dan toen ze binnenkwamen? Ik besef dat niet iedereen daar begrip voor zal hebben. De publieke opinie zegt soms: "Ze moeten maar zorgen dat ze niet in de gevangenis terechtkomen." Daar ga ik mij persoonlijk niet over uitspreken. Wie een misdrijf pleegt, moet daarvoor verantwoordelijkheid nemen.
Maar ik vraag wel om één ding niet te vergeten: er zijn ook mensen die daar elke dag moeten werken. Mensen die tussen de gedetineerden staan, die crisissen moeten beheersen en die uiteindelijk ook opnieuw tegenover diezelfde mensen kunnen komen te staan wanneer ze vrijkomen.
Want ooit kom ik vrij!
Dat geldt voor iedere gedetineerde. En op dat moment kan die persoon opnieuw je buurman zijn. Je collega. Of iemand die je kind op school tegenkomt. Daarom is een menswaardige en veilige gevangenis geen cadeau aan criminelen. Het is een investering in de veiligheid van ons allemaal. Maar ook het personeel betaalt vandaag een hoge prijs.
Het wordt steeds moeilijker om nieuwe penitentiaire bewakingsassistenten te vinden. De tijden waarin duizenden mensen zich kandidaat stelden voor enkele honderden vacatures liggen ver achter ons. Wie wil er vandaag nog kiezen voor een job die zwaar, onvoorspelbaar en emotioneel belastend is, terwijl de omstandigheden waarin je moet werken steeds moeilijker worden?
Wij vragen daarom al jaren aan de politiek om onze job opnieuw aantrekkelijk te maken. Dat begint bij een eerlijk en werkbaar rechtssysteem, maar daar stopt het niet. Er moet geïnvesteerd worden in infrastructuur, personeel, opleiding en gespecialiseerde zorg. En ja, ook in de verloning. Indexeringen zijn geen echte loonsverhogingen. Ze zorgen ervoor dat je koopkracht niet verder achteruitgaat. Wie een zwaar beroep uitoefent, mag daarnaast ook verwachten dat daar op regelmatige basis een reële loonsverhoging tegenover staat.
Ik werk ondertussen 25 jaar in de gevangenis. En het is inmiddels 17 jaar geleden dat ik nog eens een echte loonsopslag mocht ontvangen. Vijfentwintig jaar dienst heeft mij geleerd dat een gevangenis niet alleen uit muren, tralies en deuren bestaat. Het is een samenleving op zich. Met mensen die fouten hebben gemaakt, mensen die geholpen moeten worden bij hun re-integratie, maar ook met mensen die iedere dag proberen om hun werk zo goed mogelijk te doen.
Wij vragen geen medelijden.
Wij vragen dat men luistert.
Want een systeem dat jarenlang onder druk wordt gezet, kan uiteindelijk maar één ding doen: barsten. En wanneer dat gebeurt, komen we allemaal te laat. Ook al probeert men het personeel monddood te maken door het stakingsrecht te beperken, zullen wij blijven opkomen voor de rechten van personeelsleden en gedetineerden.