Raad van State kritisch over btw-verhoging van federale regering
In een nieuw advies is de Raad van State erg kritisch over de geplande btw-verhogingen op afhaalmaaltijden en op tickets voor cultuur en ontspanning. Volgens het onafhankelijke overheidsorgaan zijn de regels niet te verantwoorden. Hoewel het advies van de Raad niet bindend is, lijkt de regering-De Wever haar plannen zo te moeten herbekijken.
De btw-verhoging ligt al langer onder vuur, maar is een belangrijk onderdeel van het regeringsakkoord. Met betrekking tot de afhaalmaaltijden is de Raad van State van mening dat de maatregel onduidelijk, inconsistent en juridisch problematisch is. De regering voorziet een btw-verhoging van 6 naar 12 procent, afhankelijk van de houdbaarheidsdatum van het product. De Raad waarschuwt voor rechtsonzekerheid, niet alleen bij consumenten en ondernemers maar ook bij controleurs.
Wat betreft de btw-verhoging in de cultuursector vindt de Raad van State dat er geen objectieve criteria zijn om een onderscheid te maken tussen 'hogere' cultuur (theater, klassieke muziek, ballet, opera, circus) die aan 6 procent blijft en andere voorstellingen (festivals, concerten, dansshows, stand-up) die aan 12 procent belast worden. De Raad van State besluit dat het onderscheid daarom juridisch onhoudbaar is en dat de btw-verhoging grondig herbekeken moet worden.
Het kabinet van minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) wil inhoudelijk niet reageren. "We bestuderen nu de opmerkingen van de Raad van State, ook technisch. Daarna zal door de regering worden bekeken welke beslissingen nodig zijn", laat zijn kabinet aan Belga weten.