Limburg: blij met behoud schenking familiale ondernemingen
door Bart Lodewyckx, Gedelegeerd bestuurder UNIZO Limburg
De Vlaamse begrotingstaart is gebakken. Minstens zo belangrijk als de ingrediënten die erin zitten, zijn de ingrediënten die er niet inzitten. In sommige geesten rijpte vorig week nog het ronduit nefaste voornemen om de gunstige regeling voor de schenking van familiale ondernemingen af te bouwen. Volgens sommigen is zo’n schenking een fiscaal cadeau. Wie ooit een onderneming heeft gerund, weet wel beter. Je geeft geen zak geld door. Je geeft een bedrijf door. Met alles erop en eraan. Met klanten. Met leveranciers. Met machines. Met gebouwen. Met leningen. Met contracten. Met investeringsplannen. Met facturen die morgen betaald moeten worden. En vooral: met mensen die op het einde van de maand hun loon verwachten. Een bedrijf is daarom geen spaarrekening met een logo erop. Je erft niet zomaar miljoenen, je erft een verantwoordelijkheid...inclusief een telefoon die om 7 uur 's morgens al begint te rinkelen. Dat de Vlaamse regering uiteindelijk heeft beslist om niet te raken aan de huidige regeling kunnen we daarom alleen maar toejuichen.
Afschaffing van de kmo portefeuille
Dat neemt niet weg dat er in deze taart ook minder verteerbare stukken zitten. Zo is er de volledige afschaffing van de kmo portefeuille. Dit was net een laagdrempelige subsidie met minimale administratieve lasten, op maat van kleine en middelgrote ondernemingen. Door deze afschaffing missen onze Limburgse kmo's meer dan 5 miljoen euro aan subsidies per jaar. Wat de beslissing extra wrang maakt, is dat diezelfde Vlaamse overheid nog geen 2 jaar geleden een studie heeft besteld die heeft aangetoond dat een investering van 1 euro in de KMO-portefuille 2 bijkomende euro's aan rendement oplevert.
Het is dus alsof je kmo’s vraagt om meer te sporten maar de korting op het sportabonnement afschaft. Naast het missen van deze subsidie zal deze beslissing ook impact hebben op de omzet van opleidings- en adviesverstrekkers.
Kritische blik op subsidies
Moeten we subsidies dan niet meer en meer in vraag durven stellen, hoor ik u denken? Absoluut, een strenge begrotingsdoctrine vraagt ook een kritische blik op subsidies. België is een kampioen in hoge lasten, waarbij subsidies vaak een middel zijn om de overdigestie aan lasten een beetje te milderen en te compenseren. Je zal dus weinig ondernemers horen klagen over het afbouwen van subsidies als daar ook lagere lasten tegenover staan. Wat we echter in de praktijk zien is dat de subsidies worden afgebouwd terwijl de lasten gelijk blijven of vaak zelfs stijgen. Het ondernemersbeleid op Vlaams niveau dreigt daardoor te gaan lijken op een koelkast waar iemand de deur van heeft laten openstaan: eerst verdwijnt de ene maatregel, dan de andere, en uiteindelijk blijft er vooral veel koude lucht over.
Besparingen van de overheid op interne werking
Daarnaast missen we een belangrijk ingrediënt in de taart: namelijk besparingen van de overheid op haar eigen interne werking. Het verminderen van de subsidies en het afvlakken van de groei voor de middelen voor het gemeentefonds kan je bezwaarlijk een besparing op de eigen werking noemen. Het laatste verschuift de rekening gewoon naar de gemeenten. Die hebben meer verantwoordelijkheden gekregen en zullen dit vertalen in verhoogde en nieuwe belastingreglementen, waardoor ondernemers opnieuw de rekening dreigen te betalen.
Overheid groeit sneller dan de privé
Intussen blijft de overheid in zijn geheel verder uitdijen als een verschroeiende bosbrand . Ze groeit zelfs sneller dan de privésector. Tegen 2028 stevenen we af op de symbolische grens van één miljoen ambtenaren. Die groei van het aantal ambtenaren gaat hand in hand met de groei van het aantal regels en de administratieve rompslomp. En daar wringt het schoentje: net zoals de overheid te weinig grip lijkt te krijgen op het aantal ambtenaren, lijkt ze ook geen grip meer te krijgen op het aantal regels. Mochten regels en administratie energie opleveren, dan konden we drie kerncentrales sluiten en met het overschot nog stroom naar Frankrijk exporteren.
Onze boodschap is duidelijk: De overheid kan de taart ook anders bakken en nog verder gaan in besparen. Door vooral wat minder te doen. Dan kunnen ondernemers terug wat meer doen….en zorgen voor de slagroom.