OVAM start proefproject met absorberende matten in Pelt
De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) start volgend jaar met een groot proefproject aan de Eindergatloop in Pelt om de waterkwaliteit te verbeteren. Op dit moment stroomt er nog verontreinigd grondwater in de beek. Hoewel die verontreiniging geen risico vormt voor de volksgezondheid, gaat OVAM met onder meer speciale absorberende matten de kwaliteit van het water verbeteren.
De verontreiniging in de Eindergatloop is onder meer afkomstig van het zinkverwerkende bedrijf Nyrstar, dat zijn afvalwater in de beek loost. Eerder dit jaar verleende Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns het bedrijf een strengere vergunning. Na het aflopen van zijn vergunning vroeg de metaalverwerker eind vorig jaar zelf al om strengere lozingsnormen en een beperking in de tijd voor de lozing van chloriden, sulfaten, thallium en seleen. Nadat burgers, milieuverenigingen en Nederlandse overheden in beroep gingen tegen de provinciale toekenning van de vergunning, kwam het dossier op het bureau van de minister terecht. Die besliste om de vergunning nog verder aan te scherpen wat de lozing van chloriden en sulfaten betreft.
In een eerste fase van het proefproject plaatst OVAM adsorberende matten die zware metalen uit het grondwater opnemen. De matten zijn een doorlaatbare constructie van geotextiel, vergelijkbaar met de structuur van een donsdeken. In de vakken zit biochar, een soort houtskool, dat verontreiniging vasthoudt of helpt afbreken.
“Met dit proefproject nemen we onze verantwoordelijkheid om waterkwaliteit duurzaam te verbeteren en tegelijk ervaring op te doen met innovatieve saneringstechnieken", zegt Jan Verheyen, woordvoerder van OVAM. "Het onderzoek wordt over meerdere jaren opgevolgd en indien nodig bijgestuurd. We voorzien ook vervanging van de matten van zodra nodig. De resultaten van dit proefproject zullen bepalen of en hoe deze aanpak in de toekomst verder kan worden uitgebreid."
Het projectgebied ligt in een wandel- en recreatiezone langs het kanaal. "De impact voor omwonenden blijft beperkt: de hoofdtransporten verlopen via het kanaal om overbelasting op smalle wegen te vermijden. De voorbereidende ontbossingswerken zijn intussen uitgevoerd in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos", besluit Verheyen.