Hasselt: 31 beklaagden vrijuit na lang drugsproces
In de Hasseltse correctionele rechtbank zijn bij het drugsproces rond de Nederlandse drugscrimineel John H. alle 31 beklaagden vrijuit gegaan. Volgens de strafrechters heeft de hele procedure veel te lang geduurd, met "meerdere periodes van niet-verklaarbare stilstand". Eerder waren er nog celstraffen gevorderd voor in totaal ruim 160 jaar en verbeurdverklaringen voor in totaal 14 miljoen euro. Het federaal parket tekent nu hoger beroep aan tegen het vonnis.
Op het proces stonden John H., Willem W. en hun criminele organisatie terecht. In 2016 kwamen ze op de radar van het gerecht te staan in het kader van een internationaal drugsonderzoek. Zo verhandelden ze onder meer chemicaliën om synthetische drugs te produceren. Via de Lommelse zeepfabriek Polysan werden grote hoeveelheden mierenzuur, zoutzuur en aceton besteld en uitgeleverd. De twee spilfiguren en de andere beklaagden hielden zich ook bezig met cocaïnetrafiek naar Malta in voertuigen met geheime bergplaatsen.
De beklaagden gaan nu vrijuit omwille van een overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat er tussen de eerste gerechtelijke tussenkomst in januari 2018 en het vonnis van vandaag bijna negen jaar is verstreken. "Dit tijdsverloop kan niet verklaard worden door de complexiteit van het dossier of door de gedragingen van de beklaagden. Het actieve onderzoek van de federale gerechtelijke politie was immers al in 2018 afgerond. Vervolgens merkte de rechtbank meerdere periodes van niet-verklaarbare stilstand op, samen goed voor bijna vijf jaar", aldus Luc De Cleir, woordvoerder rechtbank Limburg.
Die 'niet-verklaarbare stilstand' ligt volgens het Openbaar Ministerie aan het tekort aan mensen en middelen bij Justitie, maar in deze zaak is dat volgens de rechtbank geen argument. Het federaal parket had celstraffen gevorderd voor in totaal ruim 160 jaar en verbeurdverklaringen voor in totaal 14 miljoen euro. Voor John H. was twintig jaar cel gevraagd, verminderd met twee jaar wegens de overschrijding van de redelijke termijn. Zijn verdediging hamerde al langer op een zwaarwichtige overschrijding van die redelijke termijn. Het federaal parket heeft ondertussen hoger beroep aangetekend tegen het vonnis.
Bewijslast onraadpleegbaar
Wat de hele zaak nog pijnlijker maakt, is dat een groot deel van de bewijslast zo goed als onraadpleegbaar was voor de rechtbank en de verdediging. Zo steunde het dossier in grote mate op meer dan honderd telefoonnummers die maandenlang werden afgetapt en afluistering in woningen en voertuigen. Maar dat bewijs bleek in de praktijk nauwelijks raadpleegbaar. Zo waren de getapte gesprekken, goed voor ongeveer 2,7 terabyte aan data, eerst technisch onleesbaar. Later waren ze zelfs overschreven door tekenfilmpjes. Vervolgens werden de bestanden hersteld, maar dan bleken ze nog beperkt consulteerbaar. De computers ter beschikking van de rechtbank en de verdediging waren niet krachtig genoeg om de data op een efficiënte wijze binnen een aanvaardbaar tijdsbestek te doorzoeken.