Hasseltse PXL-studente bouwt chatbot voor dyslexie
De 21-jarige Josephine Bouwens studeerde Toegepaste Informatica aan de Hogeschool PXL in Hasselt en ontwikkelde een studybuddy voor kinderen met dyslexie en dysfasie.
De studente kreeg zelf op haar achtste de diagnose van dyslexie. “Vanaf dat moment had ik recht op voorleessoftware, spellingcontrole en extra tijd op examens”, steekt Josephine Bouwens van wal. “Die hulpmiddelen maakten school haalbaarder. Maar voorleessoftware en spellingcontrole zijn niet hetzelfde als studeren. Hoe begin je eraan als je zelfs de inhoudstafel moet ontcijferen?” Ze merkte dat de leerstof hardop aan zichzelf uitleggen voor haar het best werkte. “Maar hoe weet je of wat je vertelt ook klopt, als je dat niet snel kunt controleren?”, zegt Bouwens. “Elke twijfel betekende dat ik de volledige tekst opnieuw moest laten voorlezen.”Tijdens haar studie experimenteerde ze met Artificiële Intelligentie. Een chatbot controleerde haar uitleg aan de hand van een cursus en gaf feedback. Zo werd AI haar studiepartner.
Dat werd haar bachelorproef bij Eureka Expert, dat is onderdeel van het Leuvense expertisecentrum voor leerstoornissen. Leerlingen laden hun cursus en hun leerdoelen op. Daarna kunnen ze typen, een antwoord inspreken, de uitleg laten voorlezen of een volledig gesprek voeren. De chatbot stelt vragen en controleert de antwoorden.Veertien leerlingen tussen tien en dertien jaar, allemaal met een of meer leerstoornissen, studeerden twintig minuten met de StudyBuddy. Dertien van hen vonden studeren zo leuker dan op hun gewone manier, de veertiende merkte geen verschil. Elf voelden zich meer gemotiveerd. En alle veertien wilden er vaker mee werken. Sommigen vonden het makkelijker dan hulp vragen aan hun ouders of leerkracht. Vooral praten sloeg aan. Tien van de elf leerlingen met dyslexie of dysfasie werkten het liefst met een chatbot die tegen hen spreekt en waartegen ze kunnen terugpraten.
Bouwens blijft evenwel voorzichtig. “Veertien leerlingen is te weinig om de resultaten te veralgemenen”, zegt ze. “Daarvoor is onderzoek met een grotere groep en een controlegroep nodig.” Er zijn ook werkpunten. Vijf leerlingen vonden de uitleg te lang, enkelen vroegen om eenvoudigere woorden. “En in gesproken Nederlands hallucineert de chatbot nu nog af en toe”, geeft ze toe. “Het is cruciaal om die hallucinaties tot een minimum te beperken, zodat kinderen er zelfstandig mee kunnen studeren.”