Nieuwe phishingwet dwingt banken sneller te vergoeden
Federaal minister van Consumentenbescherming Rob Beenders (Vooruit) pleit er al langer voor. Nu is de wet gestemd. Banken moeten slachtoffers van phishing sneller vergoeden. Slachtoffers moeten daarvoor niet langer zelf naar de rechtbank stappen om hun geld terug te krijgen. Gedaan met de juridische strijd over niet-toegestane betalingen.
De nieuwe wet maakt een duidelijk onderscheid tussen betalingen die een klant zelf uitvoert en overschrijvingen die criminelen zonder toestemming uitvoeren. Het gaat om zogenaamde toegestane en niet-toegestane betalingen. Als oplichters met gestolen bankgegevens zelf geld van een rekening halen, moet de bank dat bedrag volledig terugbetalen, op voorwaarde dat het slachtoffer geen toestemming gaf voor de overschrijving en zich niet schuldig maakte aan grove nalatigheid.
Van grove nalatigheid is er sprake als iemand bijvoorbeeld zijn of haar bankkaart afgeeft aan een oplichter aan huis. De bank kan dan de terugbetaling weigeren. Al is het nog niet volledig duidelijk wat nog onder grove nalatigheid valt. Minister Rob Beenders wil daar duidelijke regels rond. ''Phishing zal nooit helemaal verdwijnen, maar met deze wet kunnen slachtoffers wel beter beschermd worden, en dat ze niet meteen te horen krijgen dat het hun schuld is'', besluit Beenders.
Van grove nalatigheid kan bijvoorbeeld sprake zijn als iemand zijn of haar bankkaart afgeeft aan een oplichter die aan huis langskomt. De bank kan de terugbetaling dan weigeren. Het is nog niet volledig duidelijk wat precies onder grove nalatigheid valt. Minister Rob Beenders wil daar duidelijke regels voor vastleggen. "Phishing zal nooit helemaal verdwijnen, maar met deze wet kunnen slachtoffers wel beter beschermd worden en krijgen ze niet meteen te horen dat het hun schuld is", besluit Beenders.