Opinie: Limburg krijgt sporen, maar geen mobiliteit
Door Stefan T'Jolyn
Na jaren van politieke verwaarlozing beweegt er eindelijk iets op het Limburgse spoor. De provincie kreeg de voorbije jaren een aantal broodnodige investeringen: vernieuwde infrastructuur, verhoogde perrons, een bijna afgerond masterplan rond Hasselt en een extra perronspoor in het station van Hasselt. Dat zijn belangrijke stappen vooruit.
Maar wie vandaag in Limburg de trein of bus neemt, weet dat de realiteit nog altijd weerbarstig is. Vooral in Genk, het Maasland en de regio ten noorden van Hasselt blijft de mobiliteit ondermaats. Pendelaars botsen er op vertragingen, treinen die worden ingekort tot Hasselt, slechte aansluitingen en een openbaarvervoersaanbod dat te weinig zekerheid biedt.
Ook het schrappen van buslijnen en haltes tussen Genk en het Maasland heeft de situatie verergerd. Voor veel reizigers is de auto daardoor opnieuw het enige realistische alternatief. De komst van de nieuwe trambusverbinding naar het Maasland, in de praktijk de elektrisch gelede bus X44, zal dat probleem niet vanzelf oplossen. Zeker niet als bestaande haltes verdwijnen zonder volwaardig alternatief.
Limburg heeft nood aan duidelijke en haalbare keuzes. Snellere en stiptere treinen, ook buiten de spitsuren. Betere aansluitingen tussen trein en bus. Betaalbare parkings aan stations. En mobiliteitspunten waar trein, fiets, bus en deelmobiliteit echt samenkomen.
Een concrete oplossing ligt vandaag al binnen handbereik: een shuttletreindienst tussen Tongeren en Genk, met bediening van Kiewit, Bokrijk, Diepenbeek, Bilzen en Hasselt. De rit duurt ongeveer vijftig minuten. Dat maakt een uurdienst in beide richtingen realistisch. Geen groot prestigeproject, geen jarenlange spoorwerf, maar een praktische verbinding die de betrouwbaarheid van het Limburgse spoornet meteen kan versterken.
Zo’n shuttletrein zou pendelaars een extra alternatief geven en reizigers minder afhankelijk maken van verbindingen die vanuit Brussel vertraging oplopen of in Hasselt worden ingekort. Hasselt kan dan eindelijk beter functioneren als overstapknooppunt, in plaats van als eindpunt waar reizigers te vaak vastlopen. Met het nodige materieel en personeel moet dit tot de mogelijkheden behoren.
Ook grensoverschrijdende spoorverbindingen blijven belangrijk. De verbinding Hamont-Weert is een korte maar strategische ontbrekende schakel. Ook Hasselt-Maastricht blijft economisch zinvol. Maar Limburg heeft vooral nood aan realisme. Kies eerst voor projecten die haalbaar zijn, betaalbaar blijven en snel verschil maken voor de reiziger. Niemand zit te wachten op een nieuw Spartacus-debacle.
Elke besparing op openbaar vervoer treft Limburg extra hard. In een provincie waar veel regio’s vandaag al onvoldoende ontsloten zijn, raakt dat rechtstreeks aan woon-werkverkeer, leefbaarheid en economische ontwikkeling.
Limburg heeft te lang aan de zijlijn gestaan. De investeringen van de voorbije jaren zijn welkom, maar ze volstaan niet. Nu is het tijd voor betrouwbare spoor- en busverbindingen die vertrekken vanuit de reiziger. Mobiliteit mag geen rem blijven op Limburg. Ze moet een motor worden voor vooruitgang.
